Zandhoven
Pulle
Pulderbos
Massenhoven
Viersel

Gemeentelijk reglement aanleg hemelwaterinstallaties

Hemelwaterinstallaties

Subsidiereglement hemelwaterinstallatie

Art. 1
Definities:
Dakoppervlakte : Horizontale projectie van de buitenafmetingen van het dak
Hemelwater : Verzamelnaam voor regen, sneeuw en hagel, met inbegrip van dooiwater.
Hemelwaterput/-tank : Reservoir voor het opvangen en stockeren van hemelwater.
Infiltratievoorziening : Voorziening voor doorsijpelen van hemelwater in de bodem

Art. 2

§1. Het hemelwater moet maximaal worden afgekoppeld van de openbare riolering en in de mate van het mogelijke worden hergebruikt.

§2. Bij nieuwbouw of vernieuwbouw van woongelegenheden met een dakoppervlakte groter dan 50 m² is de bouwheer of eigenaar van de woning verplicht een hemelwaterput met hergebruik of een infiltratievoorziening te installeren.

§3. De grootte van de hemelwaterput dient gerelateerd te zijn aan de aangesloten dakoppervlakte volgens onderstaande tabel.

Horizontale dakoppervlakte Minimale tankinhoud
50 tot 60 m² 3000 L ? 61 tot 80 m² 4000 L ? 81 tot 100 m² 5000 L ? 101 tot 120 m² 6000 L ? 121 tot 140 m² 7000 L ? 141 tot 160 m² 8000 L ? 161 tot 180 m² 9000 L ? 181 tot 200 m² 10000 L ? >200 m² 5000 L per 100 m²

§4. Het college van burgemeester en schepenen kan vrijstelling verlenen van de toepassing van onderhavige verordening:

  • Voor gebouwen in gesloten bouworde (met twee wachtgevels) en verbouwingen indien uit het bouwaanvraagdossier blijkt dat de door deze verordening gestelde eisen tegen redelijke kostprijs technisch niet haalbaar zijn.
  • Voor bijgebouwen.

Art. 3
De installatie moet een permanent en definitief karakter hebben en uitgevoerd zijn volgens de regels van de kunst.

Art. 4
§1. De installatie moet gelegen zijn binnen de grenzen van de gemeente.

§2. Installatievoorschriften:

  • De dakoppervlakte is minimum 50 m² en de inhoud van de hemelwaterput bedraagt minimaal 3000 L.
  • Het hergebruik van het in de hemelwaterput gecapteerde water is verplicht door middel van een aangesloten pompinstallatie met een minimale aansluiting van 1 WC of wasmachine. Een pompinstallatie is niet verplicht indien verschillende aftappunten gravitair gevoed kunnen worden.
  • Er mag geen directe verbinding gecreëerd worden tussen het drinkwaternet en het leidingnet aangesloten op de hemelwaterput. Hiertoe dient ofwel een afzonderlijk leidingwatercircuit voorzien te worden voor leidingwater en drinkwater ofwel dient leidingwater in de hemelwaterput bijgevuld te worden door middel van een bijvulsysteem met onderbreking overeenkomstig de goede praktijk en overeenkomstig het reglement op de waterdistributie van de PIDPA inzonderheid hoofdstuk III – Binneninstallatie.
  • De overloop van de hemelwaterput wordt bij voorkeur aangesloten op een infiltratievoorziening. De overloop van de hemelwaterput mag echter ook afgeleid worden naar een openbare infiltratievoorziening, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een oppervlaktewater. Wanneer een gescheiden stelsel aanwezig is, mag de overloop van de hemelwaterput eveneens aangesloten worden op het gedeelte van de openbare riolering bestemd voor de afvoer van hemelwater. Slechts bij ontstentenis van een van deze mogelijkheden mag het hemelwater via een afzonderlijke aansluiting geloosd worden op de openbare riolering.
  • De regenwaterput moet minstens 5 jaar operationeel zijn en kan onder geen enkel beding verwijderd of buiten dienst gesteld worden, zoniet zal van de begunstigden die de verbintenis niet nakomen, de toelage teruggevorderd worden.

Art. 5
§1. Binnen de kredieten van de door de hogere overheid goedgekeurde gemeentebegroting wordt per gezinswoning een éénmalige toelage verleend ten belope van het factuurbedrag met een maximum van 123,95 Euro, voor de aankoop en de installatie van een hemelwaterput met een minimale inhoud van 3.000 L.

§2. Enkel de gezinswoningen gelegen op het grondgebied van Zandhoven komen in aanmerking voor deze betoelaging. De betoelaging geldt zowel voor nieuwbouw als vernieuwbouw.

Art. 6
Bedrijfsgebouwen zijn uitgesloten voor deze betoelaging.

Art. 7
§1. De aanvraag voor betoelaging is in te dienen bij het gemeentebestuur op het door de gemeente ter beschikking gestelde formulier met vermelding van:

  • Naam en adres van de aanvrager;
  • Adres van het gebouw waarvoor de installatie wordt aangevraagd;
  • Horizontale dakoppervlakte;
  • Inhoud van de hemelwaterput;
  • Type pomp;
  • Aard en aantal van de aftappunten;
  • Verklaring op eer dat de aanvraag correct werd ingediend met vermelding dat de aanvrager toelating geeft om controle uit te voeren;

§2. Na voltooiing van het werk dient de begunstigde een “Aanvraag tot uitbetaling” evenals de copies van de aankoopfacturen, bij het gemeentebestuur in te dienen Dit gebeurt aansluitend op de voltooiing van het werk uiterlijk binnen de 9 maanden na kennisgeving van goedkeuring van de aanvraag.?Alvorens tot uitbetaling van de toelage over te gaan, zal een gemeentebeambte ter plaatse controleren of de gegevens verstrekt in het aanvraagformulier correct zijn, en zal een technicus van de PIDPA controleren of de installatie uitgevoerd is overeenkomstig de code van goede praktijk en overeenkomstig het reglement op de waterdistributie van de PIDPA inzonderheid hoofdstuk III-Binneninstallatie.
Op basis van het verslag van de toezichthoudende ambtenaar zal het college van burgemeester en schepenen de goedkeuring verlenen tot uitbetaling van de premie of bij gemotiveerde beslissing de uitbetaling van de premie weigeren.

Art. 8
De toelage is van toepassing op installaties die uitgevoerd worden vanaf 1 januari 2000. Het tijdstip van aanleg dient bewezen te worden aan de hand van facturen.

Art. 9
De lozing van huishoudelijk afvalwater dient te geschieden volgens onderstaande regeling:

  • De openbare weg is voorzien van een openbare riolering: aansluitingspunt.

§1. Wanneer in de openbare weg een openbare riolering is aangelegd, moet het huishoudelijk afvalwater geloosd worden in de openbare riolering. De bouwheer of eigenaar van de woning of het gebouw moet de lozing aansluiten op de openbare riolering met plaatsing van een voorbehandelinginstallatie (septische put).?Deze installatie dient onderdeel uit te maken van de bouwaanvraag op straffe van weigering van de bouwvergunning. ?Het effluent van de individuele voorbehandelinginstallatie moet geloosd worden in de openbare riolering.?De individuele voorbehandelinginstallatie mag geen overloop hebben naar een waterloop of een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater.?De bouwheer of eigenaar van de woning dient zijn aanvraag tot aansluiting in bij het college van Burgemeester en Schepenen. De kosten van de aansluiting vallen ten laste van de aanvrager ingeval de aansluiting niet gelijktijdig werd aangebracht met het aanbrengen van de riolering.

§2. Een woning of gebouw wordt geacht aansluitbaar te zijn als het zij/het paalt aan een openbare weg uitgerust met openbare riolering, mits die riool bereikbaar is zonder dat men verplicht zal zijn gebruik te maken van het eigendom van derden. Eventueel moeten niveauverschillen opgelost worden met afvalwaterpompen. Deze aansluitingsplicht geldt ook voor bestaande indirecte lozingen in grondwater voor zover de aansluiting technisch mogelijk is. De eigenaar moet zelf de nodige documenten leveren die deze eventuele technische onmogelijkheid tot aansluiting op de openbare riolering staven.

  • De openbare weg is niet voorzien van een openbare riolering: lozing in oppervlaktewater of in een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater.??Wanneer in de openbare weg geen openbare riolering ligt, mag het huishoudelijk afvalwater geloosd worden in een oppervlaktewater of een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater. Die lozing is onderworpen aan de volgende voorwaarden:
    1. Vooraleer te lozen moet het huishoudelijk afvalwater een individuele voorbehandeling hebben ondergaan.
    2. Voor bestaande woningen moet als individuele voorbehandeling minimaal een septische put aanwezig zijn.
    3. Voor nieuwe woningen en bij vernieuwbouw is evenwel een verdergaande biologische behandeling vereist, die voldoet aan de voorschriften in de “code van goede praktijk”. Die installatie maakt verplicht onderdeel uit van de bouwaanvraag, en zulks op straffe van weigering van goedkeuring van de bouwvergunning.
    4. De in de punten 2) en 3) van dit artikel bedoelde voorbehandelinginstallatie moet onmiddellijk in werking zijn.
  1. De eigenaar moet de lozing van het huishoudelijk afvalwater melden aan het gemeentebestuur.

§3. Lozing in de bodem.
Wanneer in de openbare weg geen openbare riolering gelegen is, en evenmin de mogelijkheid bestaat om het huishoudelijk afvalwater te lozen in een oppervlaktewater of kunstmatige afvoerweg voor hemelwater, mag het huishoudelijk afvalwater geloosd worden in de bodem (indirecte lozing in het grondwater). Elke directe lozing in het grondwater van huishoudelijk afvalwater is verboden.
Een indirecte lozing van het huishoudelijk afvalwater kan alleen worden toegestaan, mits men in het bezit is van een regelmatig afgeleverde milieuvergunning of melding waarop de volgende voorwaarden van toepassing zijn:

  • Elke lozingsmethode waarbij het afvalwater rechtstreeks in de bodem of in een grondwaterlaag wordt gebracht is verboden;
  • De indirecte lozing dient te gebeuren via een besterfput die een maximale diepte van 10 meter onder het maaiveld mag hebben;
  • De indirecte lozing in grondwater van huishoudelijk afvalwater is verboden in gebieden waar rioleringen aanwezig zijn; deze verbodsbepaling geldt niet voor besterfputten die reeds in gebruik waren genomen voor de aanleg van de rioleringen, en voor zover de aansluiting op de riool technisch onmogelijk is. De eigenaar moet zelf de nodige documenten leveren die deze eventuele technische onmogelijkheid tot aansluiting op de openbare rioleringen staven. In de gevallen waar aansluiting technisch wel mogelijk is, dient deze onmiddellijk gerealiseerd te worden;
  • De besterfput dient gelegen te zijn op een afstand van tenminste:?** 50 meter van een oppervlaktewater;?** 50 meter van elke open kunstmatige afvoerweg voor hemelwater;?** 100 meter van een grondwaterwinning;?** 100 meter van elke bron van drinkwater, thermaalwater of mineraalwater;
  • De besterfput mag geen overloop hebben;
  • In de besterfput mag enkel sanitair afvalwater geloosd worden. Elke lozing van huishoudelijk klein gevaarlijk afval, zoals afvalolie, verfresten e.d. is ten strengste verboden.
  • De besterfput moet uitgerust zijn met een gemakkelijk en veilig bereikbare opening die toelaat monsters te nemen van de materie die zich in de besterfput bevindt;
  • Het huishoudelijk afvalwater dient te worden voorbehandeld in een individuele voorbehandelinginstallatie alvorens te lozen in de besterfput

Art. 10
De inbreuken op de bepalingen van deze verordening worden bestraft zoals bepaald in de artikelen 66, 68 en volgende van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996.

Art. 11
Het college van burgemeester en schepen wordt verder belast met de uitvoering van deze beslissing.