Zandhoven
Pulle
Pulderbos
Massenhoven
Viersel

Gemeentelijk reglement kleine landschapselementen

Kleine Landschapselementen

Gemeentelijk reglement houdende betoelaging voor aanleg van kleine landschapselementenhemelwaterinstallatie

Art. 1
Binnen de perken van de jaarlijks op de begroting voorziene en goedgekeurde kredieten kan het College van Burgemeester en Schepenen een subsidie verlenen voor de aanleg en het onderhoud van bepaalde kleine landschapselementen. De betoelaagbare projecten zijn gelegen in de landelijke ruimte van het grondgebied van de gemeente Zandhoven. Onder landelijke ruimte wordt verstaan de zones die op het gewestplan aangeduid zijn als agrarisch gebied, natuurgebied, natuurreservaat en parkgebied, of als bosgebied waarvan het feitelijk gebruik agrarisch is.

Art. 2
Als betoelaagbare kleine landschapselementen komen in aanmerking: lijnvormige beplantingen zoals hagen, heggen, houtkanten en bomenrijen, die als zelfstandig element in het landschap voorkomen, en die bestaan uit streekeigen boom- of struiksoorten, volgens de lijst opgenomen in bijlage.

Hoofdstuk 1: toelage voor aanplant en aanleg.

Art. 3
Voor aanplant wordt voor aankoop van het plantgoed een toelage toegekend van 50% van de aankoopsom tot een max. van 125 €/aanvrager/jaar.

Haag, heg of houtkant:
De aanplanting dient een lengte te hebben van minimaal 50 m. De plantafstanden zijn: 0,3 tot 0,5 m in hagen, 1m in heggen en houtkanten. Het plantgoed heeft een minimumformaat van 60-80 cm.

Voor een bomenrij: – Aanplant van hoogstammig beworteld plantgoed:

Het plantgoed heeft een stamomtrek van minstens 8 tot 10cm. De aanplanting betreft minimaal 10 bomen. De plantafstand in rij bedraagt 7 tot 10 m voor hoogstammige bomen en 5 tot 7 m voor knotbomen.

- Aanplant van niet bewortelde poten: deze komen niet in aanmerking voor subsidie.

Voor een gecombineerde aanplant van een haag of heg met een bomenrij geldt de samenvoeging van de overeenkomstige bepalingen.

Art. 4
Beplantingen of herbeplantingen die voortvloeien uit de toekenning van een vellings-bouw- of milieuvergunning komen niet in aanmerking voor toelage voor aanplant.

Hoofdstuk 2: algemene bepalingen.

Art. 5
De betoelaging wordt toegekend aan de aanvrager. De aanvrager dient gerechtigd te zijn tot het verrichten van de aanleg- of onderhoudswerken waarvoor de aanvraag wordt ingediend.

Art. 6
De aangevraagde werken dienen in overeenstemming te zijn en te verlopen met de van toepassing zijnde regelgevingen en gebruiken.

Art. 7
De aanvragen tot betoelaging worden ingediend bij het College van Burgemeester en Schepenen, Liersebaan 12, 2240 Zandhoven.
De aanvraag bevat:

  • de naam, de hoedanigheid, het adres en het rekeningnummer van de aanvrager.
  • een situeringplan op schaal 1/10.000 van het object waarvoor toelage wordt aangevraagd.
  • een beschrijving van de aard van de werken die voorgenomen worden:
  • aanleg / onderhoud;
  • haag / heg / houtkant /bomenrij;
  • voor beplantingsobjecten: lengte / aantallen / plantafstanden / soort of soorten samen stelling / afmetingen plantgoed;
  • voorgenomen periode van uitvoering;
  • een becijfering van de aangevraagde toelage;

Art. 8
De aanvraag is in te dienen vóór de uitvoering van het werk.

Art. 9
Het College van Burgemeester en Schepenen beslist omtrent de toekenning van de toelage en het bedrag ervan. Aan de toekenning van de toelage kunnen door het College nadere condities worden verbonden met betrekking tot de soortensamenstelling of de uitvoeringswijze. De toekenning van de toelage kan worden geweigerd wanneer de uitvoering van het voorgestelde werk om natuur- of landschapsredenen of gezien de aard of de staat van het object door het College ongewenst geacht wordt.

De aanvrager wordt van de beslissing van het College schriftelijk in kennis gesteld.

De betoelaging wordt uitgekeerd zolang het totaalbedrag van de begroting dit toelaat.

Art. 10
Na voltooiing van het werk dient de begunstigde een “Aanvraag tot uitbetaling”, evenals de copies van de aankoopfacturen, bij het gemeentebestuur in te dienen. Dit gebeurt aansluitend op de voltooiing van het werk uiterlijk binnen de 9 maanden na kennisgeving van goedkeuring van de aanvraag. De gemeente zal de uitvoering ter plaatse controleren alvorens tot uitbetaling over te gaan.

Art. 11
De aanvrager verbindt zich tot de nodige instandhoudingzorg voor de objecten waarvoor toelage wordt verkregen. Hij staat o.m. in voor vrijwaring tegen vraat vanwege vee of wild, en vervanging van afgestorven of sterk misgroeiende exemplaren in het eerstvolgende plantseizoen.

Art. 12
Bij onvolledige of gebrekkige uitvoering, kan de toelage bij beslissing van het College verminderd, uitgesteld of geweigerd worden. Er wordt in geen geval een hogere vergoeding uitgekeerd dan bij de toekenning voorzien.

Art. 13
De toelage kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd wanneer belangrijke delen van de beplanting door kennelijk gebrek aan zorg of vervanging, niet tot uitgroei komen.